Een complexe wijn, wat is dat?

Complexiteit: het is een begrip waar vaak mee gegoocheld wordt in de wijnliteratuur. Maar wat betekent het precies?

Een complexe wijn is een wijn die niet gekenmerkt wordt door ťťn dominante geur of smaak, maar door een veelvoud van fijne, subtiele, geschakeerde, met elkaar verweven aroma's die in de mond sensaties van tintelig en zindering veroorzaken. Dat kan gaan om aroma's van vruchten (merkwaardig genoeg meestal van andere vruchten dan de druif, waarvan de wijn nochtans gemaakt wordt), maar ook van kruiden, groenten, bloemen, mineralen, ingrediŽntuit onze voeding, enzovoort. Daardoor heb je zin om de wijn een tijdlang in de mond te houden, langs tong en verhemelte te laten "dwalen" alvorens in te slikken.

Waar haalt een wijn die complexiteit vandaan? Allereerst moet dat gevarieerde aromatische potentieel al aanwezig zijn in de grondstof van de wijn, de druif. Daarvoor moeten druiven de tijd krijgen om zich aromatisch volledig te ontplooien, door een lange, langzame en geleidelijke rijping in een gematigd klimaat met net voldoende warmte, koelte en regen. Het resultaat zijn druiven met een meer intense en geschakeerde smaak, in tegenstelling tot de monotonere smaak van snel rijpende druiven. Iets wat trouwens ook voor andere vruchten geldt.

Ook de bodem waarin de wijnstokken staan, speelt een rol. Daaruit haalt de wijnstok immers zijn voeding en water, wat een invloed heeft op de druiven. Men spreekt vaak van minerale smaken in wijn, en men gaat ervan uit dat die vanuit de bodem in de druiven terechtkomen, hoewel dit wetenschappelijk niet bewezen is. Wel is duidelijk dat wijnstokken die in water blijven staan (bijvoorbeeld in een vlakte), teveel vocht opzuigen en bijgevolg flauw smakende, waterige vruchten produceren. Wijnstokken in  een te vruchtbare bodem produceren dan weer teveel druiven, waardoor ze minder smaakconcentratie opbouwen.

Als druiven veel aromatisch potentieel hebben, moet de wijnmaker dat er nog uit halen. Daarvoor moet hij aandachtig en behoedzaam te werk gaan, om het geduldige werk van de natuur niet te verknoeien.
Tenslotte wordt wijn ook complexer door de de rijping in vaten of foeders, en vervolgens in de fles. Wijn blijft immers "ademen" en dus "leven", waardoor bestaande aroma's veranderen en nieuwe aroma's zich ontwikkelen.

Die complexiteit in wijn ontmoedigt of intimideert wijnliefhebbers wel eens, omdat ze de verschillende aroma's niet kunnen thuisbrengen. Maar eigenlijk is dat niet zo belangrijk. Of een wijn naar framboos of naar braambes geurt, en of je er kruidnagel of jeneverbes in proeft, zegt op zich niets over de kwaliteit van die wijn. Belangrijk is dat er meerdere subtiele smaaksensaties zijn. Met andere woorden: dat de wijn niet simpel en monotoon is, maar - jawel - complex. . 

Bruno Vanspouwen.