Revival van de Libanese wijnbouw: nichewijnen uit het Midden-Oosten veroveren de harten

Begin oktober 2019 trok ik met Camille Karout, handelaar in Libanese wijn sinds 2013, en mijn vriend Peter, gediplomeerde sommelier, voor een week naar Libanon. Het was een droom van me om dit bijzondere land in het Midden-Oosten te bezoeken. Een klein land met een rijke geschiedenis, qua oppervlakte slechts een derde van België en een vierde van Nederland. Ik vroeg Camille, geboren en getogen in Libanon, Nederlander van nationaliteit maar wonend in het Belgische Retie, om voor mij een wijnreis te organiseren.

De wijngaarden van Château Qanafar in Zuid-West Bekaa                  >>>>>>>

Zoals zoveel Libanese expats is Camille loyaal aan zijn thuisland, een complexe natie met veel narigheid maar ook met vele fijne mensen die hopen op een betere toekomst.

Een paar jaar geleden leerde ik hem kennen toen hij een meesterlijke masterclass over Libanese wijn gaf in Convento Winebar te Leuven. Als wijnavonturier werd ik gecharmeerd door zijn doorleefde verhalen en zijn originele wijnen. Zo ontstonden de eerste kiemen van mijn droom om Libanon te bezoeken.

En zo geschiedde. Het werd een fantastische reis, met prachtige vergezichten in het Libanese hooggebergte, boeiende maar ook verscheurende verhalen over politiek, economische crisis en burgeroorlog en een lange rondrit in alle wijnstreken van het land. We deden onder weg 9 wijndomeinen aan: Karam, Aurora, Batroun Mountains, Couvent Rouge, Côteaux du Liban, Château Khoury, Château Qanafar, Latourba en last but not least Château Musar. Overal werden we uitstekend ontvangen. We konden alle wijnen proeven, kregen verticale tastings aangeboden en ook proevertjes van het vat. Gastvrijheid uit zich in Libanon in uitgebreide feestmaaltijden: pas als je verzadigd bent door die heerlijke mezze (olijven, noten, hummus, gefrituurde scampi … ) en het Libanese platbrood, komen hoofdgerechten op tafel zoals geroosterde octopus, zwaardvis en lamskoteletten van de barbecue. Vooral de gemarineerde reuzekikkers blijven me bij. Als curiosum, dé delicatesse van de Libanezen: kleine gebraden vogeltjes. Die moet je met karkas en al opsmullen. Leve de Libanese keuken, terecht vermaard!Terug naar de wijn. De drie laatste dagen van de reis verbleven we in de Libanese hoofdstad Beiroet. Iedere avond bezochten we VINIFEST, hét jaarlijkse festival van de Libanese wijn. Meer dan 30 wijndomeinen waren present en ik kon er rustig de wijnen van proeven. Jammer genoeg een aantal belangrijke afwezigen: Château Kefraya, het 2e grootste wijndomein van het land met 320 hectare (na Château Ksara met 450 hectare), Ixsir (120 hectare) en Massaya. Aan Vinifest is duidelijk te zien dat de wijnbouw in Libanon aan het boomen is. 20 jaar geleden waren er amper 8 wijndomeinen in het land, nu zijn er bijna 60. Exacte cijfers zijn moeilijk te vinden – een typisch Libanees euvel – maar de totale wijngaardoppervlakte wordt geschat op ongeveer 3000 hectare.

Het aantal flessen per jaar 8 à 10 miljoen (waarvan Château Ksara een derde produceert). Er zijn steeds meer kleine boeren die druiven beginnen telen. Soms in plaats van de verboden maar door een corrupte overheid gedoogde hasjteelt. Ze verkopen hun druiven aan grote wijndomeinen zoals Ksara en Musar. Château Musar maakt wijn van 200 hectare wijngaard waarvan het 40% in eigen bezit heeft. Er ontstaan ook coöperatieven zoals Côteaux d’Heliopolis. Dit bloeiende fairtrade-project startte in 2000 met 5 druiventelers uit de Noordelijke Bekaa-vallei en verenigt er nu al 300. We bezochten Couvent Rouge, een wijndomein dat wijnen maakt voor Côteaux d’Heliopolis en ook druiven van die coöperatieve opkoopt voor eigen wijnen. De stille wijnen zijn goed van kwaliteit. Ze maken bovendien een leuke petnat (mousserend, méthode ancestrale) van viognier en grenache blanc. Viognier proeven van het vat blijft een geweldige ervaring, wat een vrolijke aroma’s heeft die druif toch!

De Bekaa-vallei is de belangrijkste wijnstreek in Libanon, gelegen op gemiddeld 1000 meter hoogte met temperatuurverschillen tussen dag en nacht van 15 tot zelfs 20° Celsius. 300 dagen per jaar is er zon! Door de koelere nachten houden de druiven voldoende zuren. Aan de zee is wijnbouw onmogelijk door de hitte; daar zijn bananenplantages. Zoals in de meeste Libanese wijnstreken bestaat de ondergrond uit kalksteen met een stenige bovenlaag van kalk en klei (argilo-calcaire). Regen of sneeuw vallen alleen in herfst en winter (600 à 800 ml/jaar); het water wordt opgezogen door de kalkbodem of opgeslagen in bekkens voor irrigatie van de landbouwgrond in de zomer. Irrigatie van druivenstokken gebeurt beperkt, vooral bij jonge stokken en dreiging van droogtestress, maar is niet strikt noodzakelijk en ook niet in alle subregio’s mogelijk. Bijna alle wijnstokken worden op gobelet-wijze gesnoeid, als bushvines, zodat de bladeren de naar binnen hangende druiven beschermen tegen de verschroeiende zon. Hier en daar zie je overschakeling naar op draden geleide stokken, bijvoorbeeld bij wijndomein Khoury. Grote opbrengsten worden niet binnengehaald. Die liggen meestal tussen 20 en 35 hl per hectare, oude wijngaarden op de hellingen minder, geïrrigeerde wijngaarden in de vlakte meer (>40 ha). In de Libanese wijnbouw is nauwelijks wettelijke regulatie. Dat is werk voor de toekomst.

 

Het is fascinerend om getuige te zijn van de opbloei van de Libanese wijnbouw, een echte revival. De laatste 10 jaar alleen al is er sprake van een revolutie in kwantiteit en kwaliteit. En als je dan de adembenemende antieke site van Baalbek (Bekaa-vallei) bezoekt – je mond valt open van de uitzonderlijk goed geconserveerde, monumentale tempel van Bacchus uit de 2e eeuw voor Christus – , dan ondervind je pas aan den lijve hoe sterk de hedendaagse wijnbouw geworteld is in aloude Fenicische en Romeinse tradities. De Libanese wijnbouw, nog florerend in de Middeleeuwen, ging grotendeels verloren tijdens de overheersing door het Ottomaanse Rijk.

Die hield aan van de 16e eeuw tot kort na de Eerste Wereldoorlog. Toen werd Libanon Frans mandaatgebied (Libanon werd onafhankelijk in 1943). De Islamieten werden van wijnbouw en alcohol niet blij en gedoogden het alleen voor religieuze doeleinden. Het zijn de Fransen die de wijnbouw weer op gang hebben getrokken. De oorspronkelijke bewoners van Libanon, de Feniciërs, hebben de historische verdienste dat ze de eerste wijnen en het idee van wijnbouw, ontstaan in het Midden-Oosten tijdens de Nieuwe Steentijd (Kaukasus, Mesopotamië), vanaf ongeveer 2300 jaar voor Christus verspreidden over gebieden onmiddellijk grenzend aan de Middellandse Zee. Dit zijn  onder andere Cyprus, Griekenland, Sicilië, Sardinië en Spanje. Ik vond het bijzonder om op stap te zijn met een wijnhandelaar met Fenicisch bloed in zijn aderen: Camille Karout.

Een apart verhaal: VINIFEST. Wat een ambiance daar, we waren er drie avonden na elkaar! Vinifest gaat door op een bijzondere plaats in Beiroet: het hypodroom, centraal gelegen in de stad. Libanezen houden erg van gokken op de paardenraces daar. Zelfs tijdens de burgeroorlog (1975-1990) werd het vechten gestaakt op zondag zodat de paarden konden rennen. Vinifest, een groots opgezet event, was dit jaar aan zijn 12e editie toe. Ik moet toegeven dat ik aan de talrijke liveoptredens weinig aandacht gaf. Des te meer aan de wijnen en de wijnbouwers. Het viel me op dat wijndomeinen niet alleen hun basiswijnen meebrachten maar ook hun duurste gamma lieten proeven. Ik leerde dat Libanese consumenten bijna uitsluitend houden van witte en rosé-wijn. Dat is gezien het hete klimaat misschien niet verwonderlijk. Het niveau van de rosé-wijnen is opvallend goed: geconcentreerd, sappig en kruidig met mooie balans. Libanezen zijn beginnende wijndrinkers. Naast af en toe een glas wijn misschien, drinken Libanezen het liefst van al arak, hun traditionele distillaat van autochtone druivenrassen met anijs. Ook de talrijke Arabische toeristen laven zich in de zomer eerder aan arak dan aan wijn. Europese toeristen zijn er na de burgeroorlog nog weinig. Veel Libanese wijndomeinen produceren arak, een nationale trots, en richten zich met hun wijn graag op het buitenland: vooral Groot-Brittanië, de Verenigde Staten, Frankrijk en recent ook China.

De lezer zal zich ondertussen afvragen welke druiven ze in Libanon eigenlijk telen. Teveel om op te sommen. Laat me beginnen met de druiven voor de witte wijn. Dat zijn chardonnay, sauvignon blanc, viognier, clairette, vermentino, muscat, grenache blanc, riesling, assyrtiko en hier een daar ook pinot gris, gewürztraminer, albariño, fiano, moschofilero. De kwaliteit van de Libanese witte wijn is opvallend goed, misschien wat tegen de verwachting in gezien het hete klimaat. Het alcoholgehalte ligt meestal rond 12,50%. Zwaargewichten zijn het dus niet en ze hebben een verrassende fraîcheur. De witte druiven worden vaker in hogere gebieden geteeld, tot zelfs 1700 meter. Afhankelijk van de hoogte en het jaar is de oogst eind augustus of begin oktober.

Zoals Libanezen in hun spreken Arabisch, Frans en Engels vermengen, zo blenden ze graag hun druiven. Zowel in wit, rosé als rood. Ik vind het een goed idee want het verhoogt complexiteit en evenwicht. In een typische blend zitten bijvoorbeeld chardonnay, viognier en sauvignon blanc of muscat. Voorbeeld: een volle white blend van wijndomein Les Vignes du Marje van viognier, sauvignon en muscat. De 100% rieslingwijnen bevielen me niet: wel goed zuur maar weinig aromatisch bereik. Een fantastische druif voor dit hete klimaat is assyrtiko; ik heb er knappe wijnen van gedronken (Château Trois Collines, Oumsiyat). Ook viognier op zijn eentje doet het prima: aromatisch en fris zonder lobbig of alcoholisch te zijn (Sept, Côteaux du Liban, Château Qanafar). En sauvignon blanc en chardonnay natuurlijk die qua aromaprofiel vaak heel extravert zijn (prachtige Batroun Mountains Chardonnay 2018, voluptueuze Qanafar Sauvignon Blanc 2018). De meest originele witte wijnen kwamen voor mij van de rassen obaideh, merwah en meksassi. Ik wil een lans breken voor deze autochtone druiven: ze voegen echt wel iets kwalitatiefs toe aan wat we internationaal al kennen. Je vindt ze effectief in het wild, soms als dikke lianen in de bomen.

Pionier wijnmaker van deze druiven, Château Musar, maar ook het nieuwe wijndomein Sept tonen overtuigend aan dat je van obaideh en merwah topwijnen kan maken. Sept verbouwt stokken van meer dan 120 jaar oud.

De wijnen hebben een zacht mondgevoel, fijne zuren, prachtige florale aroma’s en interessante kruidigheid. Veel wijndomeinen, ook de grote spelers, maken van autochtone witte druiven iets lekkers en vaak karaktervols (Château Bybline, Karam, Côteaux du Liban, Wardy, Château St. Thomas, Ksara, Oumsiyat, Kefraya … ). Of die druiven worden geblend met traditionele rassen. Een mooi voorbeeld is de Solis 2018 van Ishtar Winery (obaideh 80%, chardonnay 10% en riesling 10%), een van de hippe boutique wineries in het land die biologisch werken. Kefraya heeft een blend van obaideh, merwah en meksassi.

De beste wijnen in Libanon zijn meestal rood. De druivenrassen hiervoor zijn minstens even talrijk als die voor wit: cinsault, cabernet sauvignon, cabernet franc, merlot, petit verdot, syrah, carignan maar ook grenache, mourvèdre, caladoc, tempranillo, sangiovese, touriga national, pinot noir en agiorgitiko. Er wordt geëxperimenteerd met autochtone rode druivenrassen zoals mariamy maar de kwaliteit ervan valt nog af te wachten. Ik hou van Libanese rode wijn op voorwaarde dat de aroma’s niet te gekookt of confiturig zijn. Want dan wordt het vermoeiend. De combinatie in de betere wijnen van voluptueus sappig rood of zwart fruit met verse of gedroogde dadels en vijgen, tabak, noten en oosterse kruidigheid is bijzonder charmerend. Op voorwaarde dat er voldoende zuren tegenover staan en een rijpe tanninestructuur, die door eikrijping en flesrijping verzachting heeft gekregen. In piepjonge rode wijn kan de tannine echt wel stug zijn. Aroma’s van gedroogd fruit en rozen of viooltjes dragen verder bij tot een verleidelijk exotische toets. Unieke wijnen zijn het, die je ooit eens moet proberen! Een typische Libanese blend is cabernet sauvignon, merlot en syrah. Toevoeging van cinsault, de meest aangeplante druif in Libanon, gebeurt steeds vaker omwille van het delicate rode fruit. Ook cinsault op zijn eentje kan verfijnde wijnen geven (Vieilles Vignes van Domaine des Tourelles, Verticale 33, Terre Joie, Côteaux du Liban). Rode wijnen uit Libanon worden vaak verkocht als ze wat jaren flesrijping achter de rug hebben. Ze zijn daarom op dronk bij aankoop en dat is een groot voordeel.

De Libanese rosé-wijn wordt meestal volgens de witte wijn-methode gemaakt. Geen gisting dus op de schillen. Mooie rosé-wijnen zijn de Solac rosé 2017 van Latourba (sangiovese, syrah, primitivo), de Paradis rosé 2017 van Château Qanafar (tempranillo, syrah) en de rosé Désir van Côteaux du Liban 2018 (cabernet sauvignon, syrah, carignan, grenache). De Libanese rosé-wijnen kunnen best verfijnd en complex zijn maar we krijgen ze weinig te zien in de Lage Landen. Importeurs voeren ze niet in omdat ze te duur lijken. Bij consumenten moet rosé nog altijd goedkoop zijn. De Libanezen drinken hun rosé gelukkig graag zelf. Mousserende wijn is in Libanon zeldzaam. Het nieuwe wijndomein Latourba in het Zuiden van de Bekaa-vallei specialiseert zich erin, als enig Libanees wijndomein. Ik was behoorlijk onder de indruk van de Blanc de Blanc Brut van 100% chardonnay. Er zullen ook blends chardonnay/pinot noir op de markt komen en zelfs een mousserende Assyrtiko. Latourba geniet van een bijzonder gunstig microklimaat omdat de wijngaarden gelegen zijn aan een groot kunstmeer, Lake Qaraoun. Een uitzonderlijke mooie streek daar trouwens. We ontbeten er in een grote Bedoeïenentent.

Stefaan Soenen