De Ahr: Het pinotparadijs

Op gemiddeld minder dan 3 uur rijden van ons land ligt een van de speciaalste wijnbouwgebieden van Europa: Ahr. Speciaal is het om vele redenen, maar vooral omdat dit zo noordelijk gelegen gebied zijn faam heeft vergaard met rode wijnen van spätburgunder en nu ook frühburgunder. Het prachtige dal, met zijn steile hellingen van leisteen en grauwacke, vormt een echt pinotparadijs, waarvan de beste wijnen tegenwoordig met de wereldtop meekunnen.

Een en ander was tot zo’n 25 jaar geleden wel anders. Voor een goed begrip van de huidige Ahr is een beetje geschiedenis van belang. Net als in veel andere Duitse wijngebieden is het duidelijk dat de Romeinen er waren, maar in de Ahr is het nog de vraag of ze ook al aan wijnbouw deden. De eerste overtuigende vermeldingen van wijnbouw langs de Ahr, in documenten van de Benedictijner Abdij van Prüm (Eifel), dateren van de tweede helft van de negende eeuw. Toen waren er vooral witte druivenrassen aangeplant, maar na 1650 verschoof het zwaartepunt naar blauwe druiven, met spätburgunder voorop. Toen al zouden de eerste Franse pinotklonen zijn geïntroduceerd in het Ahrdal (zie verderop), hoewel er vooral zeer bleekrode, zoetige wijn van gemaakt werd.

Nadat Napoleon was verslagen, leefde de wijnbouw aan de Ahr kort op, maar door het wegvallen van binnen- en buitenlandse markten (met name handel met België) en opeenvolgende misoogsten raakte het gebied halverwege de negentiende eeuw in een serieuze crisis. Kleine producenten waren gedwongen te gaan samenwerken en zo ontstond de eerste wijnbouwcoöperatie van Duitsland (en waarschijnlijk een van de oudste van de wijnwereld), de Winzergenossenschaft Mayschoß-Altenahr. Problemen met ongedierte als phylloxera droegen bij aan het teruglopen van het wijngaardareaal van meer dan 1000 hectare rond 1900 tot minder dan 500 hectare vlak na de Tweede Wereldoorlog.

Wat ook niet hielp, was de enorme versnippering van wijngaardpercelen, hetgeen wijnbouw voor velen oneconomisch maakte. Daarin kwam verbetering vanaf 1957, toen de Flurbereinigung werd gestart, die wijnbouw op wat grotere schaal mogelijk maakte.

Van nietszeggend naar wereldklasse

Helaas leidde dit niet tot een kwaliteitsverhoging bij de wijnen. Het accent in de naoorlogse tijd lag op kwantiteit, dus werden vooral zeer productieve pinotklonen aangeplant. Bovendien was het gebied ontdekt door dagtoeristen uit het nabijgelegen Ruhrgebied. Die waren gemakkelijk tevreden te stellen met nietszeggende, dunne, zoetige wijnen, die lekker wegdronken voor, tijdens of na een wandeling op de Rotweinwanderweg. Afzetproblemen kende men dus niet meer zozeer, maar serieus werden de wijnen niet genomen. Halverwege de jaren tachtig van de vorige eeuw stonden er een paar mannen op die de Ahr ook als gebied voor droge kwaliteitswijnen op de kaart zouden zetten: Werner Näkel (Weingut Meyer-Näkel) en wijlen Gerhard Stodden (Weingut Stodden). Beiden waren geïnspireerd door de bakermat van grote wijnen van pinot noir, de Bourgogne. Alexander Stodden, zoon van Gerhard en huidige eigenaar van Weingut Stodden in Rech: “Mijn vader wist al in het begin van de jaren tachtig dat het mogelijk was grote, droge Spätburgunder te maken aan de Ahr.” Al snel kregen ze anderen mee, zoals de helaas ook overleden Wolfgang Hehle van Weingut Deutzerhof en de broers Frank en Marc Adeneuer van Weingut J.J. Adeneuer. Zonder andere goede producenten tekort te willen doen, staan deze vier domeinen meer dan welke bedrijven ook voor de huidige pracht en klasse van Pinot Noir van de Ahr. De stijging van de kwaliteit (én van het wijngaardareaal, dat nu 562 hectare bedraagt) viel prachtig samen met de toenemende vraag in Duitsland, van oudsher vooral een wittewijnland, naar goede rode wijn, ook vanuit de gastronomie van de nabije grote steden. En nu kosten de beste Grosse Gewächse, Goldkapsels en andere topcuvées 50 tot 80 euro per fles. Wie had dat ooit durven denken, tot 25 jaar geleden?

Het geheim: terroir!

Het Ahrdal kan uitzonderlijk mooi zijn, zeker op een zonnige herfstdag; woorden schieten dan echt tekort om het kleurrijke cultuurlandschap te beschrijven. Het grijs-bruin-blauw van de rotsen en de terrasmuurtjes, de groen-gele wijngaarden, met  hier en daar rood, en een strakblauwe lucht erboven: adembenemend.

Het landschap en zijn wijnen maken een ding overduidelijk: hier is terroir absoluut geen modewoord! Natuurlijk, zonder goede producenten geen goede wijn; maar zonder bijzonder terroir, zeker aan de grenzen van waar wijnbouw mogelijk is, geen grote wijn. En je zit hier echt aan de grens van waar kwaliteitswijnbouw op serieuze schaal (tot op heden) mogelijk is.

Gunstig mesoklimaat

Het wijnbouwgebied Ahr ligt op meer dan 50º NB. Alleen heel bijzondere natuurlijke omstandigheden maken goede wijnbouw op deze noordelijke locatie mogelijk. Doordat het gebied in de luwte ligt van de Eifel en de Hoge Venen, en bovendien profiteert van de warmte van de Keulse Bocht, heerst er allereerst een opvallend mild en zonnig mesoklimaat. Alhoewel ze per jaar flink kunnen verschillen, zijn de gemiddelde waarden (temperaturen, neerslag en zonuren; zie tabel) in goede wijngaarden – meestal steil, op het zuiden en in de luwte – erg gunstig voor wijnbouw en vaak totaal anders dan op andere plaatsen in de omgeving. Bad Neuenahr-Ahrweiler, de hoofdstad van het gebied, heeft een langjarige gemiddelde temperatuur gedurende het groeiseizoen (april-september) van 14,8 °C, met 1445 zonuren per jaar. De tabel laat zien dat de gegevens van het weerstation in wijndorp Mayschoß beduidend gunstiger zijn, zelfs in een koel jaar als 2010. De klimatologische omstandigheden zijn soms zelfs zó goed (in jaren als 2009 en 2011), dat druiven als cabernet sauvignon en zelfs syrah er in principe zouden kunnen rijpen…

Lekker steil

Ook opvallend en van groot belang is het aantal wijngaarden op steile hellingen; circa 70% is officieel Steillage, dat wil zeggen: heeft een stijgingsgraad van meer dan 30%. Het voordeel van die steilheid is uiteraard de gunstige invalshoek van de zon, die zo noordelijk niet lang heel hoog aan de hemel staat. De fotosynthese en de bodemopwarming varen er wel bij. Het nadeel zit hem natuurlijk in de bewerkbaarheid (veel handenarbeid, 1500 tot 2400 uren per hectare per jaar) en dus de wijnbouwkosten: die liggen in Steillagen tot viermaal hoger dan in de vlakte! Voor het onderhoud van Steillagen, inclusief terrasmuren, kan subsidie worden verkregen, want de wijngaarden staan vaak te boek als cultuurgoed, maar daar wordt niet altijd gebruik van gemaakt. Dit om principiële redenen, maar ook om onafhankelijk te blijven van overheden, zeker van de EU.

Bodemdiversiteit

Ook de bodems dragen bij aan de gunstige omstandigheden aan de Ahr. Het zijn overwegend erg stenige bodems, die goed draineren en snel opwarmen. Het hele wijngebied Ahr, van Altenahr (hoogte 170 meter) tot Lohrsdorf (hoogte 84 meter) nog geen 25 kilometer lang, valt niet alleen topografisch maar ook geologisch goed in tweeën te delen. In het westelijke, hogere deel, van Altenahr tot Marienthal, is het dal nauw en bochtig; de hellingen bestaan uit leisteen (Schiefer) met hier en daar grauwacke, een mineraalrijk zandsteen. Bij Walporzheim, waar het lagere deel begint, wordt het traject van de Ahr naar zijn monding in de Rijn bij Sinzig veel directer en het dal breder. Leisteen en grauwacke komen hier, samen met vulkanisch gesteente, nog voor op de steile hellingen, maar de wijngaardbodems worden er steeds meer bepaald door löss en leem.

 Pinot Noir

Blik op Dernau >>>>>De natuurlijke omstandigheden mogen dan bijzonder zijn, terroirwijnen worden alleen gemaakt als er een optimale match met een druivenras is. En die is er, met pinot noir. Deze edelste der blauwe variëteiten is in de Ahr tegenwoordig goed voor 62,6% van het wijngaardareaal en heet er meestal, maar niet altijd, spätburgunder. In toenemende mate is ook zijn vroegerrijpende variant, frühburgunder, geliefd. Van wezenlijke invloed op het type pinot noir van de Ahr zijn de klonen die er staan aangeplant. De beste producenten werken allemaal met een zekere diversiteit aan plantmateriaal, variërend van virusvrije Franse topklonen als 115, 116 en 777 en lossere Duitse klonen tot ‘eigen’ selecties als AW 6/38 (uit Marienthal) en de oude Kastenholzkloon.

Die laatste, met kleine, compacte druiven, staat in bepaalde wijngaarden nog op zijn eigen wortels, waaronder de wellicht mooiste wijngaard van de Ahr: Walporzheimer Gärkammer.

Marc Adeneuer van Weingut Adeneuer, dat de gehele Gärkammer bezit, is daar trots op: “De Universiteit van Geisenheim heeft op basis van in Gärkammer verzameld plantmateriaal vastgesteld, dat onze Kastenholzkloon genetisch direct verwant is aan de oerpinot uit de Bourgogne. De stokken zijn na de Dertigjarige Oorlog (1618-1648, red.) vanuit de Bourgogne naar de Ahr gekomen.” De topcuvées van de Ahr worden trouwens grotendeels van eerdergenoemde virusvrije Franse klonen gemaakt; die zijn compacter en brengen wijnen voort met meer structuur. Uiteraard is bij klonen met compacte trossen de botrytisdruk groter, maar ze staan vooral in de beste, dus warmste en droogste wijngaarden.

Eigen stijl

Het is prachtig hoe de wijnen van pinot noir van de Ahr de laatste jaren bewijzen dat die druif echt niet alleen op kalkrijke bodems grote wijnen geeft, waarmee weer een hardnekkige mythe uit de wijnwereld is geholpen. Pinot Noir van leisteen, dat vooral uit kleimineralen, veldspaat en kwarts bestaat, is onvergelijkbaar met die van kalkbodems, net als de Ahr onvergelijkbaar is met de Bourgogne. Dat je naar de Bourgogne kijkt als het gaat om de hoogste kwaliteit Pinot Noir, als inspiratiebron, is volkomen logisch en terecht. Een stijlvergelijking heeft echter geen zin en doet de Ahr geen eer aan. Maar wat is dan typisch voor Pinot Noir van de Ahr? Ik drong aan op een simpele karakterisering bij Marc Adeneuer en zijn antwoord was: “Spätburgunder van de Ahr kenmerkt zich in het algemeen door rood fruit als rode bessen en frambozen, en is vol van smaak, maar heeft zachte tannine.” Verder wordt er wel een grove tweedeling qua stijl gemaakt op basis van de verschillen in terroiromstandigheden van het hogere deel en het lagere deel. De wijnen uit het hogere deel (nauwer, veel leisteen) staan te boek als fijn, fruitig en mineralig, terwijl die uit het lagere deel (breder, meer löss en klei) ronder en voller zijn. Maar dat is een vrij grove generalisatie.

Iedereen zijn eigen weg

Als je meer wijnen van de Ahr proeft, is vooral ook het stijlverschil tussen de topproducenten fascinerend. Dat bleek eens te meertijdens de primeurproeverijen van de VDP afgelopen augustus in Wiesbaden. De Grosse Gewächse 2011 (een absoluut grote jaargang!) van Meyer-Näkel, Stodden en Adeneuer verschillen zeer qua stijl, maar zijn alle van heel hoge kwaliteit en uitermate boeiend. “Er was geen voorbeeld in de jaren tachtig, dus iedereen is zijn eigen weg gegaan, op zoek naar de hoogste kwaliteit en met respect voor de eigen terroirs. En: zonder elkaar te kopiëren”, zegt Adeneuer over de ontwikkeling van een eigen stijl. Hij is trouwens van mening dat zijn wijnen wel wat overeenkomsten hebben met die van MeyerNäkel, vooral wat betreft hun souplesse. Die van Stodden zijn Bourgondischer, lees: gestructureerder. Dat is ook niet zo verwonderlijk, zegt Alexander Stodden: “Mijn ouders gingen vaak naar de Bourgogne om inspiratie en kennis op te doen bij producenten als Dujac en Bruno Clair.”

Werken aan Kwaliteit

De stijlverschillen vinden hun oorsprong in verschillen van herkomst, maar vooral ook in verschillen in vinificatie (zoals de duur van de inweking) en in de opvoeding (foeder, Stückfass, 300-liter fût of barrique, aandeel nieuw hout, et cetera). Het wijngaardmanagement speelt daarbij niet zozeer een rol.

Alle goede producenten hebben hun opbrengsten de laatste decennia flink teruggebracht, door aanpassing van snoeiwijze, strengere wintersnoei en met name groene oogst. Dat laatste geeft druiven met meer concentratie, maar is in de Ahr geen kwestie van hele trossen wegknippen. Om te voorkomen dat trossen te compact worden, knipt men doorgaans de onderste helft van de tros af, om de resterende druiven wat meer ruimte te geven.

Ook milieubewuster werken draagt bij aan de kwaliteitstoename aan de Ahr. Maar geen van de bekendste producenten aan de Ahr is gecertificeerd biologisch. Alexander Stodden: “Als rodewijnproducenten hebben wij aan de Ahr een probleem: we moeten in de meeste jaren nog tegen botrytis spuiten. De meeste bioboeren in Duitsland zijn wittewijnproducenten en dan is een beetje botrytis geen probleem. Maar als je rode wijn maakt, góede rode wijn, dan mag je helemaal geen botrytis hebben, want dat tast de kleur van de wijnen aan en geeft muffe tonen. We gebruiken indien nodig een speciale fungicide die uitsluitend botrytis cinerea bestrijdt. We kunnen niet zonder.” De kwaliteitstoename vond ook plaats in de kelder. De vinificatieruimten werden hygiënischer en temperatuurbeheersing deed zijn intrede. Van de rijpere, gezondere (en tegenwoordig meestal niet meer overrijpe) druivengingen de producenten droge wijnen maken en ze verlengden de duur van de inweking, met als voornaamste gevolg dat de wijnen meer kleur en structuur kregen. En door het gebruik van nieuwe barriques konden ze de wijnen nóg wat meer structuur geven, in de vorm van houttannine. Keerzijde blijft het aromatische effect van nieuw hout; te veel houtaroma’s drukken fruit en terroirexpressie naar de achtergrond, en te lange houtrijping doet de kleur en fruitigheid van de wijnen ook geen goed. Maar net als in veel andere kwaliteitsgebieden hebben ook de producenten aan de Ahr geleerd om op het juiste moment te oogsten en goed om te gaan met inwekingstijden en houtopvoeding. Mede gedwongen door de flinke jaargangsverschillen hebben ze vooral geleerd dat er geen formules bestaan, dat je elk jaar weer moet kijken wat het beste is. Het heeft geleid tot Spätburgunders die soms meekunnen met de beste op de wereld en altijd tot de meest originele behoren.

Lars Daniëls