Sangiovese, de nationale druif van ItaliŽ.

Sangiovese in een van origine Toscaanse blauwe druif. Met meer dan 100.000 hectare is ze de meest aangeplante druif in ItaliŽ. Dit betekent dat ze voor ongeveer 10% van de totale wijnproductie van het land staat. Ze is vooral terug te vinden in Toscane, Romagna, Marche en UmbriŽ. Samen met de Barbera wordt ze dan ook gezien als de nationale druif van ItaliŽ.

Buiten ItaliŽ vinden we de druif nog in heel wat andere landen terug. Op Corsica bijvoorbeeld onder de naam Nielluccio. In de Verenigde Staten is ongeveer 2000 hectare van de sangiovese druif aangeplant.

In ArgentiniŽ vinden we tegen de 3000 hectare terug. In AustraliŽ hebben ze de smaak ook te pakken en is er zoín 1000 hectare aangeplant.

Ook wordt dit ras in kleine hoeveelheden geteeld in Griekenland, Turkije, Malta, IsraŽl, Zwitserland, BraziliŽ, Mexico, Canada, en Nieuw-Zeeland.

 SubvariŽteiten

Er bestaan nogal wat clonen en subvariŽteiten, waardoor er grote verschillen zijn tussen wijnranken. Want het gaat hier om een vrij ďlabieleĒ soort die zich makkelijk aanpast aan zijn omgeving. Zo zijn vorm tros, druif en blad sterk afhankelijk van het microklimaat rondom de wijnrank. Binnen ťťn en dezelfde wijngaard zijn zelfs verschillen mogelijk zijn tussen de ranken. Die zijn binnen dezelfde regio dan ook terug te vinden in de smaak.

 Viticultuur

Omdat de sangiovese vrij laat rijpt, wordt er geoogst tussen midden en eind oktober. Een lage opbrengst is noodzakelijk om de kwaliteit van de wijn te verzekeren. Hierdoor ontstaan er vaak problemen bij de oogst. Door de late oogsttijd is de kans op regen groter. En omdat de druif een dunne schil heeft vergroot dan ook de kans op rot.

Sangiovese houdt van grote temperatuurschommelingen tussen dag en nacht en heeft voldoende warmte en tijd nodig om volledig te rijpen. De ranken zijn bijzonder krachtig en gevoelig voor overproductie. Te snelle oogst geeft licht gekleurde sangiovese wijn, met een laag alcohol gehalte, hoge acciditeit en een kort bewaarpotentieel door een gebrek aan tannines.
De druif past zich makkelijk aan de ondergrond aan, maar lijkt het best te gedijen op kalkstenen bodems. Arme gronden zorgen er voor dat de natuurlijke groeikracht van de druif wordt ingedijkt. In de Chianti Classico regio krijgen we de beste wijnen op een schalie-kleigrond, galestro genoemd.

 Kenmerken

Meest voorkomende wijnstreek: Toscane
Opbrengst: 65hl/ha
Wijnstijlen: krachtige rode wijn tot fruitige rosť


Vinificatiemethoden: op inox of in open kuipen met lange maceratie en/of rijping op eiken foeders of barriques
Bewaarpotentieel: tot 20 jaar voor Brunello

Sangiovese smaak:
Typische primaire aromaís voor sangiovese zijn zwarte kersen, wilde specerijen, gedroogde theebladeren, zwarte steenvruchten, rode pruimen, aardbeien, vijgen, moerbei.

Veel voorkomende secundaire en tertiaire aromaís van sangiovese zijn tomatenblad, geroosterde paprika, tomaat, leer, klei, baksteen, tabak, rook, oregano, tijm, gedroogde rozen, potpourri, kaneel en vanille.
De druif heeft een hoge zuurtegraad, stevige tannines, matig intense kleur en is licht van Ďbodyí. Dit tekort wordt vaak gecompenseerd door te blenden met andere druiven. Bijvoorbeeld met max 15% cabernet sauvignon in Chianti.

Bekendste herkomstbenamingen: Brunello di Montalcino, Chianti Classico, Vino Nobile di Montepulciano, Morellino di Scansano.

(Bron: Aroma (wine maps)