Chateau Lafite Rothschild, de geschiedenis

een naam die menigeen de ogen laat flonkeren en flikkeren. Chateau Lafite Rothschild is als muziek, een Mozart-partituur. Zo verfijnd, zo mooi als de mooiste zonsopgang die je ooit in je hele leven hebt gezien…en tegenwoordig alleen nog maar gedronken kan worden door The Happy Few.

Wist u dat Chateau Lafite Rothschild ooit in Nederlandse handen was? Heeft u weet van het Vanlerberghe mysterie? Nee?….

Dan moet u zeker verder lezen!

De oorsprong van Lafite

Het landgoed van Chateau Lafite Rothschild was niet altijd beplant geweest met wijnstokken. Lafite, (fite betekent ‘heuvel’), bestond al in de 14e eeuw. Dit is op te maken uit de geschriften van Abbe Baurein uit de late 18e eeuw.

Tegen het midden van de 16e eeuw, toen Jacques de Bécoran seigneur was, waren er weliswaar agrarische activiteiten op het landgoed, maar het duurde nog tot aan het einde van de daaropvolgende eeuw dat de wijnbouw zijn introductie deed.

 

 Op dat moment was Joseph Saubat de Pommiers de seigneur. Hij stierf in 1670. Het landgoed ging over op zijn weduwe Jeanne de Gasq. Het echtpaar had geen erfgenaam.

Jeanne hertrouwde met Jacques de Segur. Lafite werd toegevoegd aan de lijst van indrukwekkende bezittingen van de Segur’s. Het was Jacques de Segur die het landgoed liet kennismaken met de wijnbouw en dus deden de wijnstokken hun intrede op het land van Lafite.

Lafite en de Segur Family

Onder leiding van de Segur familie werd Lafite alleen maar groter en groter. Het huwelijk tussen Jacques de Segur en Jeanne de Gasq zorgde voor zeven nakomelingen. Alexandre, de op één na de oudste, is van groot belang geweest voor Lafite (en tal van andere landgoederen). In 1695 was hij getrouwd met Marie-Therèse de Clauzel, erfgename van Chateau Latour. Door deze wending werd de Segur familie eigenaar van de twee grootste wijngaarden in Bordeaux.

Daarnaast bezaten ze ook Calon-Segur en Phelan-Segur en zelfs voor een korte periode Mouton. Hun zoon Nicolas-Alexandre, geboren in 1697, werd in het algemeen bekend als de “Prince des Vignes”. Zowel vader en zoon breidde de wijngaarden en de faciliteiten op Lafite uit, omdat ze beseften dat er met de wijnbouw en de verkoop van wijn flink geld verdiend kon worden.

De wijn van Lafite werd, sinds het begin van 17e eeuw, al geëxporteerd naar het Verenigd Koninkrijk, waar het populair was bij openbare veilingen. Het was ook de favoriete drank van premier Robert Walpole. Erkenning in Frankrijk liet langer op zich wachten, maar in het midden van de 18e eeuw, was Château Lafite in opdracht van de Koninklijke Physician Marechal de Richelieu, ook te vinden in Versailles.

Nicolas-Alexandre, aan wie de titel ‘markies’ was geschonken door Louis XV, overleed in 1755. Hij behoorde tot de top rijksten van de Bordeaux, vooral dankzij de prachtige waardestijging van zijn wijngaard. Lafite ging over naar zijn dochter, Marie-Therèse. Zij trouwde met Alexandre de Segur-Calon. Daarna ging Lafite over naar hun zoon Graaf Nicolas-Marie-Alexandre de Segur.

Helaas was deze generatie niet zo volhardend als zijn voorouders en in 1784 werd Lafite te koop gezet. Dat was nadat Nicolas-Marie-Alexandre gevlucht was naar Nederland voor zijn schuldeisers. De koper was een heer genaamd de Monthieu, maar binnen twee jaar het was weer verkocht, dit keer aan een familielid van de Segur dynastie, Nicolas Pierre de Pichard. Hij was president van het parlement van Bordeaux. Zijn bewind was echter kortstondig. Deze werd beëindigd door de guillotine in 1794 (Franse revolutie).

In 1797 werd Lafite verkocht aan Jan de Witt (1755-1809) die het domein vanwege financiële problemen echter weer te koop moest zetten. De verkoop vond plaats in december 1800, aan 3 Nederlandse kooplieden namelijk Baron Jan Arend de Vos Van Steenwijk, Mr. Jan Willem Berg (1773-1802) en Johan (Jean) Goll van Franckenstein (1756-1821), en vervolgens in 1816 aan de Vanlerberghe familie.

Het Vanlerberghe mysterie

In 1818 was Madame Barbe-Rosalie Lemaire de nieuwe eigenaar van Lafite. Zij was getrouwd met Ignace-Joseph Vanlerberghe, een toonaangevende graanhandelaar en wapenleverancier aan Napoleon. Een mysterie kwam tot stand na het overlijden van Ignace-Joseph Vanlerberghe, toen mevrouw Lemaire in 1821 officieel het Lafite landgoed verkocht aan een Britse onderdaan Sir Samuel Scott.

Scott en zijn zoon zouden het landgoed beheren tot 1867. In werkelijkheid waren Samuel Scott Senior en Junior slechts vertegenwoordigers van Aime-Eugène Vandelberghe, de zoon van Madame Lemaire en Ignace-Joseph Vanlerberghe. Toen Aime-Eugène Vanlerberghe in 1866 overleed kwam het uit dat hij de rechtmatige eigenaar was geweest van Lafite en zo werd na een halve eeuw van geheimhouding, de naam Aime-Eugène Vanlerberghe bijgeschreven in de geschiedenis van de eigenaren van Lafite.

Classificatie van 1855

In 1815 publiceerde ene heer Lawton een eerste indeling van Medocwijnen. Het was blijkbaar een accurate beoordeling, want het was erg vergelijkbaar met de classificatie van 1855. Lafite zat aan de top van de lijst: “Ik rangschik Lafite als de meest elegante en delicate, met de mooiste vruchten van de drie (toonaangevende) wijnen”.” Hij voegde eraan toe dat “de wijn is de meest fantastische van alle Medocwijnen.” De 1834 vintage was met name succesvol, net als 1841 en vooral 1846. De Universele Parijse Exposition gaf in 1855 officieel aan Lafite de classificatie “Leider van de mooiste wijnen”.

Chris