Topwijn met een tafeldruif

Met een gemiddelde temperatuur in juli van 19,4 graden Celcius, doet Zwitserland niet onder voor gereputeerde wijnstreken als Bourgogne, Loire en Elzas. Er is heus niet alleen sneeuw in dit land, gelegen tussen de vier belangrijke wijnlanden Frankrijk, Duitsland, Oostenrijk en Italië. Klimaat en bodem zijn wel degelijk geschikt voor wijnbouw. En Zwitserse wijnbouwers gaan even professioneel en meticuleus te werk als hun collega-horlogemakers. Ze maken vaak zeer persoonlijke en originele wijnen, onder meer met inheemse druiven die alleen in Zwitserland voorkomen.

Tachtig procent van de wijnproductie komt uit Franstalig Zwitserland in het westen. Het grootste gebied is Valais, aan de bron van de Rhône.

Dit wordt wel eens het laboratorium van de Zwitserse wijn genoemd: er worden meer dan vijftig verschillende druivenrassen geteeld.

Het andere belangrijke wijngebied, aan de grens met Frankrijk, is Vaud, het traditionele hart van de Zwitserse wijn waar Bourgondische monniken duizend jaar geleden de wijnbouw introduceerden. Dit is de regio waar van de chasselasdruif witte topwijn wordt gemaakt.

Uit beide regio's komen ook uitstekende rode wijnen.  

De chasselas is een van de meest aangeplante druiven ter wereld. Maar vooral als tafeldruif. De rozijnen die je verpakt koopt in de supermarkt, zijn vaak gedroogde chasselasdruiven. Als wijndruif wordt ze zelden gebruikt, omdat de wijnen ervan nogal neutraal smaken. Maar hier in de wijnstreek Vaud, rond het Lac Léman, worden er uitmuntende wijnen van gemaakt. Nergens anders bereikt wijn van chasselas die kwaliteit. Gutedel is de Duitse naam. In Zwitserland is de Gutedel beter bekend als Fendant. De Fransen spreken liever van Chasselas.

"Typisch voor deze druif is dat ze de bodem waarop de wijnstokken staan aangeplant, weerspiegelt in de wijn", zegt Paul Baumann, "Vandaar dat we zoveel verschillende expressies van chasselas kennen: van vol en rond, tot fijn en mineraal."
Paul Baumann is de voormalig directeur van het wijnhuis Obrist, opgericht in 1854. Nu hij met pensioen is, leidt hij wijnliefhebbers, journalisten en sommeliers rond in de Vaud. Hij kent de streek door en door.

"60% van de wijnen in Vaud is van chasselas", zegt hij, "Maar rode wijnen beginnen op te komen, vooral van pinot noir en gamay, bekend van Bourgogne en Beaujolais. Al hebben we ook typisch lokale druiven, zoals gamaret, garanoir en galotta. Met aroma's die de wijnliefhebber nog niet kent."

We gaan van domein tot domein, allemaal hoog in de heuvels gelegen, met een panoramisch zicht op het Lac Léman, en op heldere dagen ook op de Mont Blanc. De wijnkelders zijn smetteloos proper en goed uitgerust, de wijnen worden meestal opgevoed in grote houten foeders die tot honderd jaar oud kunnen worden.

In de meeste wijnkelders tref je een kleine ruimte aan die carnotzet genoemd wordt. Op houten krukken aan een houten tafel worden hier de wijnen in gezelschap gedegusteerd.

"En veel gebabbeld en plezier gemaakt", voegt Baumann eraan toe.De beste wijngaarden in Vaud mogen zich grand cru en premier grand cru noemen, een classificatie vergelijkbaar met die in Bourgogne. Van die wijngaarden zijn de chasselaswijnen stuk voor stuk uitmuntend. We proeven ook oudere wijnen en gaan terug tot 1993: de intensiteit en frisheid die ze nog vertonen, is opmerkelijk.

Even opmerkelijk is het feit dat de meeste afgesloten worden met een metalen schroefdop. "Velen denken dat de schroefdop uit de Nieuwe Wereld afkomstig is", zegt Baumann, "Maar wij gebruiken die al meer dan 40 jaar. Omdat hij zoveel betere resultaten geeft voor onze wijn van chasselas, ook na veroudering."  

Op het Château de Vinzel laat hij me twee chasselaswijnen van 2012 proeven: een met schroefdop, een met kurk. De wijn met schroefdop is beduidend zuiverder, intenser en preciezer van smaak.

Zwitserland maakt ook rode topwijnen. Op het Domaine Autecour proef ik er een die een diepe indruk nalaat, gemaakt van een uitzonderlijke druif die alleen in Vaud staat aangeplant: de Plant Robert, een mutatie van gamay.