Limburgs kasteelheer in Bordeaux

Hij begon als verkoper bij een Vlaamse wijnkoper. Vandaag is hij eigenaar van twee wijnkastelen. Justin Onclin pendelt al 40 jaar tussen Limburg en Bordeaux.

Als je de wijnstreek Médoc in Bordeaux binnenrijdt, kom je eerst Margaux tegen, een van de beroemde wijndorpen met verschillende grands crus classés, wijnkastelen die deze hoogste eretitel al sinds 1855 dragen. Eén daarvan is Château Prieuré-Lichine, waar Justin Onclin de passie voor het wijnmaken te pakken kreeg.

"In 1999 kreeg ik de kans om dit beroemde kasteel over te nemen", vertelt hij, "Het was in financiële moeilijkheden geraakt, en de prijs was zeer redelijk. Maar het ging toch nog om anderhalf miljard oude Belgische frank, en alleen kon ik dat niet ophoesten.

Daarom zocht ik een financiële partner, en die vond ik in de industriële groep Ballande die onder meer nikkel ontgint in Nieuw-Caledonië. Die groep was op zoek naar waardevaste beleggingen, en een grand cru classé komt daarvoor in aanmerking. Het beheer kwam echter volledig in mijn handen."

Een Limburger die zulk wereldberoemd Frans wijnkasteel gaat leiden: het was ongezien in deze streek. Maar Justin Onclin was niet aan zijn proefstuk toe.
Voordien had hij al een wijnhandelshuis in Bordeaux opgericht, en ook dat was ongebruikelijk: "Niets in mijn studies wees erop dat ik in de wijn zou terechtkomen. Van opleiding ben ik vertaler-tolk, nadien studeerde ik economie bij aan de Universiteit van Diepenbeek. Maar mijn ouders hielden wel van wijn, ze hadden een mooie kelder. En zo kwam ik terecht bij een wijnhandelaar uit Limburg die wijnen uit Bordeaux invoerde. Ik werd er commercieel directeur, maar zag algauw dat de echte wijnhandel zich elders afspeelde, namelijk in Bordeaux zelf waar de handelshuizen gevestigd zijn die 95% van de productie van de grote wijnkastelen kopen, om die vervolgens te distribueren over de hele wereld. Met al mijn ambitie trok ik er naar toe om zo'n handelshuis op te richten. Ik was de eerste Belg die zoiets deed, en in het begin had ik het moeilijk. Door mijn vroegere job kende ik wel enkele kasteeleigenaars. Maar om een leefbaar bedrijf te hebben, moest ik meerdere eigenaars overtuigen."

Het was het begin van de jaren 1980, niemand zat in Bordeaux te wachten op nog een handelshuis, zeker niet van een Vlaming: "Ik wist al dat wijnkastelen graag met meerdere handelaars tegelijk werken, omdat ze daardoor hun distributie verbreden. Tegelijk waren er toen ook meer wijnkastelen die nog ontdekt moesten worden. Daar lagen mijn kansen. Zo heb ik een aantal kastelen gelanceerd in het noorden van Europa, waartoe België ook behoort. Aanvankelijk kocht ik alleen de wijn die ik op voorhand al verkocht had. Ik stockeerde dus niets en werkte alleen met wat administratieve ondersteuning in Bordeaux, de rest deed ik vanuit Limburg. Maar dat was niet houdbaar. Om bepaalde condities af te dwingen ben je verplicht om vooraf te kopen. En als je voelt dat een bepaald wijnjaar in prijs zal stijgen, moet je er vroeg genoeg bij zijn. Dus kocht ik in 1987 grond in Bordeaux waarop ik stockageruimtes bouwde. Vanaf dan kende mijn handelshuis Sovex een groei die mijn verwachtingen oversteeg."

Ondanks het snelle succes bleef het een droom van Justin Onclin om in de wijnproductie te stappen: "De wijnhandel is een fantastische business, maar een eigen wijn maken, dat is toch nog mooier. Mijn passie voor de wijn was zo groot geworden dat ik op zoek ging om dat ideaal te verwezenlijken. De aankoop van Château Prieuré-Lichine was een eerste stap, maar ik was er slechts een kleine minderheidsaandeelhouder. Ik heb er wel geleerd hoe je veranderingen moet doorvoeren om betere wijn te bekomen. Dat is mij later nog van pas gekomen."
Justin Onclin slaagde erin om Prieuré-Lichine, dat jarenlang verwaarloosd was, terug te brengen naar de top. Maar hij wilde meer: een eigen wijnkasteel.

We rijden naar het dorpje Moulis, op amper tien kilometer van Château Prieuré-Lichine. Hier was het dat in 2002 het domein Branas Grand Poujeaux te koop werd aangeboden. Moulis is een minder prestigieus wijndorp in Médoc, zodat de grond er nog betaalbaar is. Onclin hapte toe.
"De vorige eigenaar was een oude Franse wijnbouwer", vertelt hij, "Die had de wijngaard altijd heel goed verzorgd, zodat we meteen konden starten met druiven van prima kwaliteit. De wijnkelder verkeerde echter in een belabberde staat, en die hebben we dan ook volledig vernieuwd, samen met de restauratie van het hele gebouw."

We proeven een reeks jaargangen. Onder de leiding van Onclin is Branas Grand Poujeaux geëvolueerd naar een wijn die de typische robuustheid van een Moulis combineert met fruit, fraîcheur en finesse.
"Branas Grand Poujeaux was een onbekend domein toen ik het kocht", zegt hij, "Nu staat het op de kaart, het is een merk geworden. En dat heeft onmiddellijk een invloed op de marktwaarde. Ik ben ervan overtuigd dat ik het nu al met winst zou kunnen verkopen. Maar dat is niet wat ik wil doen. Dit zijn investeringen voor de lange termijn."
Onclins honger was niet gestild, hij mikte nog hoger. Hij wilde ook een grand cru classé. En die vond hij in Saint-Emilion.

Van Moulis naar Saint-Emilion is een heel eind: 70 kilometer. Daar, aan de rand van de historische stad, hoog op een heuvel met schitterend uitzicht over de streek, ligt Château Villemaurine. Deze grand cru classé kan bogen op een van de oudste wijngaarden van de streek en indrukwekkende ondergrondse kalkgroeven daterend uit de Gallo-Romeinse tijd.

Justin Onclin slaagde erin het te kopen, maar dat ging niet zonder slag of stoot. Er waren liefst 200 private aandeelhouders die hij moest overtuigen. Door dit historisch gegroeide, versnipperde aandeelhouderschap was het domein verwaarloosd, de kwaliteit van de wijn was achteruit gegaan.
 

"Dat heb ik allemaal uitgespeeld in de onderhandelingen over de prijs", vertelt Onclin, "Maar sowieso is de grond in Saint-Emilion een pak duurder dan in Moulis."

Daarnaast stond hij voor een forse extra investering in de wijngaarden, de wijnkelders en de woonst.
"Ik wil van Villemaurine een topdomein maken", zegt hij, "En op termijn wil ik zelfs de hoogste status bereiken, die van premier grand cru classé."
Hij wijst naar de wijngaard: "Met dit terroir is dat mogelijk. We liggen bovenop de befaamde kalkheuvel van Saint-Emilion, en zoals iedereen weet geeft een kalkbodem de fijnste wijnen. Onze buren zijn onder meer Trottevieille, Ausone, Troplong Mondot en Pavie, wereldberoemde namen."

Maar investeringen waren nodig om het potentieel er ten volle uit te halen. De bodem waarop teveel chemische middelen waren gebruikt, moest opnieuw gezond gemaakt worden. De wijnstokken moesten op een andere en betere manier opgebonden worden. Het oogstrendement van de wijnstokken werd fors ingekrompen, want topwijn is alleen mogelijk met minder druiven per wijnstok. Delen van de wijngaard werden herplant. De wijnkelders werden helemaal afgebroken en heropgebouwd, er kwam nieuw materiaal om wijn te maken.
"Alles bij elkaar een investering van anderhalf miljoen euro", vertelt Onclin, "En dat moest allemaal in één jaar gebeuren, want een wijndomein kan het zich niet veroorloven een oogstjaar over te slaan."

De waarheid is in het glas. We proeven een reeks jaargangen van Villemaurine, ook enkele vòòr 2007, zijn eerste jaargang. Het verschil is duidelijk. Je proeft dat de kwaliteit van de wijn jaar na jaar verbetert.
Kan hij ooit zo'n grote investering terugwinnen? "Je moet niet in een wijndomein investeren als je op korte termijn winst wil", zegt hij, "Dan ben je beter af in de wijnhandel. Maar als eigenaar creëer je op lange termijn meer waarde. En het geeft meer voldoening." 

Zijn dochter Carmen woont intussen in Bordeaux, ze studeerde er af aan de wijnbouwhogeschool. Is zij voorbestemd om haar vader op te volgen?
"Ik ben er nu 71", zegt Onclin, "Ik moet dus aan mijn opvolging denken. En Carmen heeft zeker ook de passie voor wijn. Maar intussen is zij gehuwd met een Franse oenoloog, en ze hebben samen vier kleine kinderen. Daar heeft ze het nu wel druk mee. Mijn zoon ziet het dan weer niet zitten om naar hier te verhuizen, hij beheert vanuit Hasselt onze investeringen in vastgoed."

Hij lacht: "Voorlopig moet ik dus nog even verder doen. Maar daar treur ik niet om, ik doe dit veel te graag."