Nebbiolo Prima 2020

Eind januari 2020 vond de jaarlijkse proeverij Nebbiolo Prima weer plaats, als altijd in de capoluogo van de streek Langhe, Alba. Roero en Barbaresco 2017 en Barolo 2016 werden en primeur voorgesteld, alsmede een beperkt aantal Riserva’s uit 2016 (Roero), 2015 (Barbaresco) en 2014 (Barolo). Nebbiolo’s uit heel verschillende jaargangen dus, met 2016 als topjaar.

Nebbiolo is dé belangrijke druif van Piëmonte en neemt alleen maar toe in aanplant en status. Ieder jaar vindt men toch weer wat ruimte om meer aan te planten in de reeds volle DOCG’s Barolo (van 2.134 ha in 2017 naar 2.149 ha in 2018) en Barbaresco (van 750 ha in 2017 naar 763 ha in 2018).

Ook in Roero neemt de aanplant jaarlijks toe (nu 248 ha voor Roero DOCG, +20% sinds 2014). En dé grote winnaars van de laatste jaren zijn minder hoog gewaardeerde appellations als Nebbiolo d’Alba en Langhe.

Hier gaat het om mijn bevindingen van Nebbiolo Prima 2020. Dat is sinds een paar jaar een echte en-primeur-proeverij, want de gepresenteerde wijnen –Barbaresco 2017 en Barolo 2016 althans– mogen in de maand januari van 2020 eindelijk op de markt komen, Roero in principe 9 maanden eerder.

NB: Nebbiolo Prima is een blindproeverij. Omdat het gaat om zeer jonge wijnen, waarvan sommige nog niet gebotteld zijn, zijn ze niet gewaardeerd met een exacte score, maar een bereik van punten.

De recente jaargangen

Vanwege de verschillende verplichte rijpingsperioden die gelden voor Roero DOCG (minimaal 20 maanden, waarvan minimaal 6 maanden in hout), Barbaresco DOCG (minimaal 26 maanden, waarvan minimaal 9 maanden in hout) en Barolo DOCG (minimaal 38 maanden, waarvan minimaal 18 maanden in hout), worden er tijdens Nebbiolo Prima dus altijd verschillende jaargangen gepresenteerd. Voor Roero en Barbaresco is 2017 de actuele jaargang, voor Barolo 2016. Op die jaren lag uiteraard de nadruk. De Riserva’s rijpen nog wat langer, dus ook wijnen uit 2015 en 2014 werden geproefd. In totaal vier jaren dus, die allemaal wijnen hebben opgeleverd van goede tot zeer goede kwaliteit, het ene jaar meer (2016), het andere jaar minder (vooral 2014, maar toch ook 2017). Maar echte, in de breedte matige jaren komen eigenlijk niet meer voor. Wel zijn ze qua stijl heel verschillend.

2017 was een extreem jaar, zoals ook 2018 en 2019 trouwens; extreem lijkt de norm te worden in de wijnwereld… Een jaar dat vroeg begon en waarin (zeer) vroeg werd geoogst, ruim 2 weken eerder dan langjarig gemiddelde. Alhoewel veel nebbiolo al in september binnen was, was de cyclus al met al evenwel maar ca. een week korter dan ‘normaal’, volgens de officiële berichten. De zomer kende een aantal zeer hete perioden, waarin de groei en rijping deels blokkeerden. Dat heeft ervoor gezorgd dat de wijnen uiteindelijk ruim maar niet té veel alcohol hebben. Over de fenolische en aromatische rijpheid is men tevreden. Bijzonder is 2017 als het gaat om zuren. De totale zuurgehaltes (som van alle organische zuren, gemeten in de most en wijn) zijn vrij laag, maar de pH (kracht van zuren, vooral wijnsteenzuur) ook. Daarvoor zijn waarschijnlijk twee redenen: de geoogste druiven hadden nog maar weinig appelzuur en door de droogte (gebrek aan water in bodem) is er weinig kalium opgenomen. En was er dus weinig uitval van wijnsteenzuur (kalium bindt wijnsteenzuur en valt deels uit als wijnsteen), waardoor de pH nauwelijks omhoog ging. De geproefde wijnen toonden zich veelal toegankelijk, door milde zuren en afrondend zoet van alcohol, maar hebben toch ook een zekere frisheid (door de lage pH). Ze hebben doorgaans gezond extract, met genoeg kleur en tannine. Door de bank genomen zijn ze van goed niveau, met weinig echte uitvallers, maar ook weinig grote wijnen.

2016 begon met achterstand, vanwege een late koude periode in maart, maar in de warme maanden augustus en september werd die ingelopen. Nebbiolo werd veelal begin oktober geoogst, in goede gezondheid. De aromatische en fenolische rijpheden waren prima, en door de koele nachten in de laatste maand voor de oogst zijn de alcoholpercentages niet te hoog en de zuren uitstekend. 2016 is met recht een klassiek jaar te noemen, dat grote wijnen heeft voorgebracht, met die zo bijzondere combinatie van kracht en elegantie. Dat bleek verleden jaar al door middel van goede Roero’s en soms uitmuntende Barbaresco’s en wordt nu bevestigd door vele prachtige Barolo’s (en dan is een beduidend aantal van de echte grootheden er –traditiegetrouw helaas– niet eens bij). Het woord van deze jaargang is: balans. Direct nadat ik de laatste Barolo 2016 had geproefd, noteerde ik: ‘Als Monforte d’Alba zonder cru op etiket door de bank genomen zo goed is, terwijl de commune de grootste MGA’s (individuele wijngaarden, die steeds vaker op het etiket worden vermeld) kent, dan zegt dat veel over het algehele niveau van 2016.’

 

2015 verliep heel anders dan 2016 en heeft dus ook heel andere wijnen opgeleverd. Een winter met veel sneeuw zorgde voor goede waterreserves in de bodems, die later in een hete, droge midzomer goed van pas kwamen. Het hele jaar liep de vegetatie en rijping voor op schema en nebbiolo werd wat vroeger geoogst dan normaal. De wijnen vallen op door hun indrukwekkende structuur, met stevige tannine en (net) genoeg zuren. 2015 wordt gezien als een groot jaar en dat bleek ook wel tijdens eerdere proeverijen –zeker in bepaalde sectoren van Barolo, zoals Serralunga d’Alba. Ook Barbaresco Riserva is goed.

2014 stond vanaf het begin te boek als een minder jaar: een relatief nat, moeilijk groeiseizoen, lokaal problemen met hagel, minder rijpe druiven, minder expressieve, wat lichtere wijnen, in het algemeen gewoon een minder goed jaar. Maar dat gaat niet op voor Barbaresco. Dat zeggen niet alleen de producenten, dat was ook te proeven in de wijnen. De meeste van de geproefde Barolo Riserva 2014 zijn evenwel niet groots.